Niet ernstig, toch saneren?
Sanering van een niet-ernstige bodemverontreiniging is wettelijk niet verplicht. Soms kan het toch wenselijk zijn om de verontreiniging te verwijderen. De ODMH adviseert de verontreiniging in de volgende situaties te saneren:

  • ter voorkoming van waardevermindering bij eventuele (toekomstige) verkoop;
  • stankoverlast;
  • verdere verspreiding van de verontreiniging;
  • mogelijk toekomstige overschrijding van de perceelgrenzen; de eigenaar kan daarna eventueel aansprakelijk worden gesteld;
  • mogelijke aantasting van kabels en leidingen.

Wanneer u besluit de verontreinigde grond te verwijderen, kunt u het plan van aanpak en het evaluatierapport ter goedkeuring indienen bij de omgevingsdienst. Wij reageren binnen twee weken of het plan akkoord is. In het geval van een evaluatierapport kunnen wij schriftelijk bevestigen dat de bodemverontreiniging is verwijderd. U kunt uw plan van aanpak en/of evaluatierapport aan ons voorleggen per mail of per post.