ondergrondse tank

In het verleden werd veel gebruik gemaakt van ondergrondse opslagtanks voor de opslag van brandstof, bijvoorbeeld voor het verwarmen van woonhuizen.
Tegenwoordig liggen de meeste ondergrondse tanks bij bedrijven, zoals tankstations.
Het Activiteitenbesluit (bodemaspecten) is van toepassing op elke locatie waar een ondergrondse tank van meer dan 1000 liter in gebruik is.

Tank buiten gebruik
Als een ondergrondse tank van meer dan 1.000 liter buiten gebruik is (gesteld), dient deze verwijderd te worden. Conform het Activiteitenbesluit dient degene die het opslaan van vloeistof heeft beëindigd binnen acht weken na de beëindiging de ondergrondse opslagtank te verwijderen. Ook de daarbij behorende leidingen en appendages moeten worden verwijderd. Voorafgaand aan de sanering dient een (zintuiglijk) bodemonderzoek te worden uitgevoerd en dient de aannemer bij de ODMH te melden dat hij de tanksanering heeft verricht. De tanksanering, waaronder tankreiniging en verwijdering, moet door een gecertificeerd en erkend bodemintermediair  worden uitgevoerd. Voor tanks die voor 1 maart 1993 buiten gebruik zijn gesteld, geldt aangepaste regelgeving.

Indien er op uw terrein een ongebruikte tank aanwezig is, meldt dit dan bij de Omgevingsdienst Midden-Holland door te mailen naar tanksanering@odmh.nl

Nog vragen?
Voor vragen over ondergrondse tanks en mogelijke tanksanering kunt u terecht bij de ODMH, tel. 088 54 50 000.
U kunt vragen naar een medewerker van het Team Bodem en Archeologie of mailen naar tanksanering@odmh.nl.